Drie gezaghebbende denkers op het gebied van auteursrechten kruisen aanstaande zondag de degens in People’s Place. James Boyle, professor aan Duke, en Paul Goldstein, professor aan Stanford, zijn op uitnodiging van Wolters Kluwer, Google en het John Adams Instituut in Nederland en schuiven zondagmiddag van 16.00 tot 17.30 uur met Bernt Hugenholtz aan tafel.

Bernt Hugenholtz
Volgens Hugenholtz, hoogleraar informatierecht aan de UvA en directeur van het Instituut voor Informatierecht, is zijn vakgebied de laatste jaren steeds spannender geworden. ‘Internet is een katalysator geweest voor alle discussies over auteursrechten. Er is een volledig nieuwe informatieomgeving gecreëerd die ons voor allerlei nieuwe vragen plaatst.’
Oorlog
Hugenholtz herinnert zich nog de tijden waarin wetsvoorstellen voorbehouden waren aan juridische fractiespecialisten en wetsvoorstellen rustig werden behandeld. ‘Tegenwoordig is iedere stellingname een politieke keus. Dat zie je bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waarin vrijwel letterlijk een auteursrechtenoorlog is ontstaan.’ In Nederland is die trend volgens Hugenholtz nog niet zo heftig, al ziet hij ook dat het debat door de blokkade van The Pirate Bay verhardt.
Boyle en Goldstein zijn niet bang zich in die discussie te mengen. Boyle vindt dat het publieke domein wordt geërodeerd door de te strenge auteursrechtwetgeving, terwijl Goldstein juist een conservatievere mening verdedigt. Hugenholtz plaatst zich tussen zijn twee collega’s in. ‘Ik denk dat auteursrechten nog steeds nut hebben, maar denk dat de aard ervan verandert. De verbodsrechten zullen denk ik vervangen worden door vergoedingsrechten. Je kunt het vergelijken met de bibliotheek: alle boeken zijn te lenen en de bibliotheek betaalt schrijvers een kleine vergoeding per uitgeleend boek.’