Tijdens onze zes weken in Zuidoost-Azië kwamen we twee soorten blanken tegen: vakantiegangers, en wereldreizigers. Wij horen bij de laatste groep. Waar vakantiegangers zich vooral begeven in resorts, op stranden en stadjes met veel winkels, zijn reizigers geïnteresseerd in de lokale cultuur. Toen we op Bali waren, waar de kusten steeds meer op de Belgische beginnen te lijken, deed alles ons denken aan de onpersoonlijke vluchtigheid die we kennen uit het westen. We moesten er weg.
Gelukkig wist de Lonely Planet nog wel wat verborgen plekjes. Als de wiedeweerga sleepten we onze backpacks naar Lombok, het volgende eiland. En aan het enthousiaste gezwaai van een stel kinderen te zien, zaten ze er erg op onze komst te wachten. Op Lombok ontmoetten we al snel een local die ons na ons een kokosnoot en een rietje te hebben aangeboden, meteen aanvoelde als een vriend. Hij vertelde ons over een dorpje waar je alleen via een onbegaanbaar modderpaadje kon komen. Daar wilden we naartoe.
Omdat we, glibberend over het modderpaadje minstens vijf keer op onze bek gingen, wisten we dat het de moeite waard zou zijn. Hier kwamen geen toeristen, hoogstens doorgewinterde wereldreizigers zoals wij. Het was hartverwarmend om de golfplaten daken, de loslopende kippen en de in een modderplas spelende kinderen te zien. We keken voor de zekerheid nog even op onze telefoon om te kijken of hij echt geen signaal gaf. Wat hadden de mensen er weinig, maar wat lachten ze vriendelijk. Hier wisten ze nog hoe je met weinig gelukkig kan zijn.
Toen we ons in de homestay genesteld hadden, en uit het raam keken, schrokken we ineens. Een lange man met rode baard liep langs. We waren niet de enige westerlingen. Maar toen we ’s avonds bij de warungEen warung is een cafeetje dat door een familie wordt gerund. met hem in gesprek raakten, vertelde hij ons dat hij de Gelderse antropoloog Bas van Gunst was. We zuchtten van opluchting. Als er hier zelfs een antropoloog was, moest dit wel een heel erg onontdekt dorpje zijn. We hadden eindelijk het echt authentieke Indonesië gevonden.
We deelden onze blijdschap met de antropoloog. Hij zuchtte diep, plukte wat in zijn baard en mompelde iets dat klonk als Indonesisch gescheld. Daarna begon hij ons over zijn veldwerk te vertellen, waarin hij onderzoekt hoe toeristen op zoek zijn naar authentieke ervaringen. Hoewel wij onszelf niet als toeristen zien, bleek het toch over ons te gaan. Antroploog Van Gunst legde uit dat reizigers zoals wij graag ageren tegen alle tekenen van het moderne leven. Daarbij fantaserend over traditionele niet-westerse culturen die onaangetast zijn door globalisering en toerisme. Telkens als we armoede zien denken we zo’n authentiek stukje Azië gevonden te hebben. Naarmate zijn verhaal vorderde smaakte de Sate Ikan Tanjung steeds slechter.
De volgende dag werden we met een kater wakker. Terwijl we naar de waterval slenterden, zagen we de local waarvan we dachten dat hij onze vriend was met een Australisch koppel over het modderpad lopen. Hij had een Lonely Planet in zijn achterzak.