Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

We zaten in een koffietentje naast het AMFI, op houten meubels die je ook kan kopen. Terwijl we een vijf centimeter dikke boterham met makreelmousse genoten, vingen we achter ons een gesprek op, vermoedelijk van twee modestudenten. ‘De Pijp is wel echt een beetje geweest,’ zei de in het zwart gehulde jongen tegen het in het zwart geklede meisje. ‘Ja maar echt,’ zei ze. ‘Ik bedoel, hallo, West is nu veel leuker en Oost is aan het opkomen.’ Hoewel we het uit een rietje dronken, verslikten we ons toch in de vlierbessenlimonade. Ons stadsbeeld stond op z’n kop.

De Pijp, vanaf het  Gerard Douplein De Pijp, vanaf het Gerard Douplein

We posteerden ons aan een tafeltje in De Kat in de Wijngaert, namen onze verrekijker ter hand en tuurden vanachter het raam de straat in. Het schijnt dat heel af en toe, als het rustig is op straat, je nog weleens een rasechte Jordanees kan spotten. En als je heel stil bent, kun je ze ook herkennen aan hun weemoedig gezang: ‘Kolere, kolere, kapsoneslijer’. Maar terwijl we aan ons tweede vaasje zaten, begon het te dagen dat de vogelsoort waar we naar op zoek waren aan het tafeltje naast ons zat. Ook zij hadden hun verrekijker bij zich en toen we even niet opletten stootten ze elkaar aan: 'Kijk es daaro mop, een echte Amsterdammer.'