Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Blijkbaar ben ik vandaag uitgeschoten met mijn lippenstift, of parfum. Of is het die tijd van de maand waarop mijn tieten net groot genoeg zijn – ze zijn wispelturig – om aandacht te trekken. Mannen maken op een ranzige manier oogcontact en ik voel me er ongemakkelijk onder, maar ook boos: ik ben geen object. Wij meisjes zouden niet als aangeschoten wild om potentiële aanranders moeten slalommen om levend bij onze fiets te komen. Maar ik laat me niet gek maken. Doe gewoon normaal. Negeer het feit dat ik zelfbewuster ben dan een vetzak in een afvalrace en veeg nog eens over mijn wang voor de zekerheid, mocht ik toch te veel make-up op hebben (‘je vraagt erom!’).

Een paar jongens maken geluiden, en ik weet niet of het aan mij ligt, aan het weer, of aan hun multiculturele opvoeding. Ik haat het. Er komt vast een dag waarop ik verlang naar de tijd dat ik werd nagefloten, maar nu ben ik woedend dat ze met hun seksisme zoveel aandacht eisen. Objectificering is onderdrukking van de vrouw.

Ik had nu ook na kunnen denken over het emancipatievraagstuk, maar wanneer ik naar mijn fiets loop versperren er drie me de weg. Ze doen het heel handig, dat intimideren: steeds meer pushen tot je ze niet meer kunt negeren en onzeker of boos wordt. Ik trek mijn grote trui nog eens over mijn billen, voor de zekerheid. Stop. Mij krijgen ze niet gek. Ik hoef geen boerka.

Ik hoor ze nog fluiten, maar ik kijk niet om. Zo asociaal, ze beginnen nu ook te roepen. Ik trap harder, maar bij een stoplicht moet ik kiezen tussen overreden worden door een taxi (je weet dat ze hier niet stoppen) en me laten objectifi ceren. Ik stop en ze halen me hijgend van het rennen in. ‘Mevrouw, uw pinpas!’ Triomfantelijk overhandigen ze me het object dat ik eerder liet vallen en draaien zich om voordat ik ze kan bedanken. Die krijg je dus niet gek. Stomme stereotypen ook altijd.