Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Het leven is ingewikkeld, zeker als je student bent. Relaties aangaan, studeren, de toekomst, eenzaamheid, geldzorgen, tentamens halen, vrienden maken en wat moet je later in godsnaam met je studie doen? Het zijn allemaal vragen die onzeker maken. Dit is nog los van de dagelijkse vragen: zie ik er wel oké uit, wat zullen ze van mij vinden en word ik zo niet uitgelachen?

De worsteling is vaak af te lezen aan de gezichten. Ik vraag me soms wel eens af of het überhaupt nog leuk is om te studeren in deze tijd. Ik vond het prachtig, maar als ik de aantallen studenten voorbij zie komen die last hebben van burn-out verschijnselen, depressies, faalangst, vermoeidheidsklachten dan zijn dit aantallen waar ik af en toe versteld van sta.

Nu zit ik bij een domein waar die ‘problemen’ zich al snel aandienen omdat de opleidingen binnen dit domein ook een aantrekkingskracht hebben op ervaringsdeskundigen. Studenten die vaak al een pittig leven achter de rug hebben en deze praktijkervaring willen inzetten om de maatschappij te ‘helpen’ en dingen anders te doen dan zij het meegemaakt hebben. Dit is iets heel erg moois omdat een ervaringsdeskundige een enorme toegevoegde waarde kan zijn voor de hulpverlening in ons land. Alleen een pittig leven moet ook verwerkt worden en daar is school minder geschikt voor. Studeren vraagt een andere vorm van aandacht van de student en als deze getroebleerd rondloopt, is dit eerder een obstakel voor de studievoortgang dan een winst.

Er is echter ook een groep studenten die het allemaal voor de wind lijkt te gaan maar die zich heel ongelukkig voelen. Het is een raar gevoel dat zich van hen meester maakt. Het gevoel van niet meer weten waar je aan toe bent.Is dit het nou? Wil ik dit de rest van mijn leven doen? Dit zijn de existentiële vragen of levensvragen. Ik noem het ‘worstelvragen’. Veel studenten kampen hiermee en voor hen is de drempel hoog hier hulp voor te zoeken. Vaak komen ze binnen met: ik weet niet precies wat ik eigenlijk wil zeggen maar ik voel me niet goed. Wat het is, weet ik niet precies maar lekker is het niet. Vaak vloeien de tranen rijkelijk tijdens zo’n gesprek.

Vermoedelijk lopen er veel meer studenten rond met deze levensvragen en komen ze zelden bij de studentendecaan terecht. Hierbij een oproep voor de erkenning van alle studenten die het ogenschijnlijk voor de wind gaat. Ook zij hebben aandacht nodig en door verder te vragen naar hoe een student zich echt voelt is dat vaak precies de snaar die geraakt moet worden en heeft ook die student het gevoel gehoord te worden. ||| Pieter Ruijssenaars