'De scholen zijn weer begonnen.' Hoezo, de scholen zijn weer begonnen!? Op het moment dat ik het spandoek boven mijn straat zag hangen, was Amsterdam nog in een diepe zomerslaap.
De stad was rustig, hier en daar een festivalletje maar vooral geen studenten. Hoe anders is dat in de eerste weken van september. De scholen zijn weer begonnen. Me dunkt! Overal waar je kijkt lopen drommen wat onzeker schuivende (met name eerstejaars) studenten. In de studentloze weken was ik al aan het werk en het verbaast me ieder jaar weer wat er dan al te doen is, maar voor mij gaat er niets boven de massa’s aan studenten die hun geluk beproeven op school.
Ik ben weer helemaal up to date wat betreft de laatste mode. Reikt de broek nog tot ver over de heupen, kunnen de baardjes nog dit seizoen (heb het idee dat het minder wordt), zijn de lage Vans nog in, zijn er nog nieuwe modellen mobieltjes, laptops (studenten hebben die namelijk als eerste).
Veel gegiechel op de gangen. Studenten die het hoogste woord voeren, studenten die stilletje weggedoken zitten te roken, studenten die veel te laat komen en vervolgens achterover liggend stennis lopen maken en studentes die ijverig alles overschrijven van de sheets.
Ook de gesprekken tussen de studenten zijn soms wonderlijk:
'Net vond ik het wel een oké gesprek met meneer [XXX]. Bij hem heb ik tenminste het gevoel dat hij luistert.'
- 'Ja, dat herken ik wel. Ik vind dat je hier ook echt wel een nummertje bent.'
Wat ik zo prachtig vind om te zien, heeft ook zijn keerzijde. Deze twee zinnen die ik opving op de gang, zijn exemplarisch voor wat ik vaak hoor van studenten. Studenten voelen zich binnen het hoger onderwijs vaak alleen. Ze weten niet goed bij wie ze terecht moeten, voelen zich onvoldoende gehoord en voelen zich inderdaad een nummertje.
Voor grote onderwijsinstellingen als de HvA en UvA is het ingewikkeld om te zorgen dat iedere student gezien wordt. Maar de grootte van een instelling mag nooit een excuus zijn om anders met studenten om te gaan.
Het moet gebeuren in de klas. De docent moet zien wie hij/zij lesgeeft en oog hebben voor de student die voor hem of haar zit. De lesstof afdraaien is naar mijn idee niet voldoende om studenten te binden op hogeschool of universiteit. De studieloopbaanbegeleider/studieadviseur zal iedere student echt moeten volgen om bij verontrustende signalen bij de student in te grijpen door deze bijvoorbeeld te verwijzen naar de studentendecaan of andere remediërende middelen in te zetten. Het begeleiden van studenten is een kunst! Niet een taakje dat de docent met zijn overvolle agenda er maar even bij moet doen.
Als studenten kenbaar maken dat ze zich onvoldoende gehoord voelen, dan is dat een signaal dat heel erg serieus genomen moet worden. Als studenten namelijk onvoldoende binding hebben op 'schooltechnisch' gebied en op het sociale vlak, dan haken studenten af.
Genoeg overdenkingen weer voor een prachtig mooi schooljaar lijkt me zo.
||| Pieter Ruijssenaars