In de jaren dat ik nu als studentendecaan werkzaam ben heb ik het - even afkloppen - niet vaak meegemaakt, maar iedere keer als het gebeurt schrik ik een beetje. Een student die kenbaar maakt het gesprek als onplezierig te hebben ervaren. Student had een ondersteuning nodig van de decaan richting de examencommissie maar kon niet aantonen dat de medische omstandigheid ook de oorzaak was van het missen van de tentamens. De verlangde steun bleef in dit geval dan ook uit.
In mijn vorige banen als hulpverlener was het welhaast maandelijkse kost. Hierin heb ik ook een tijdje als frontofficemedewerker gewerkt. Vrij vertaald: de klappenvanger van een hulpverleningsinstelling. Tijdens de dagelijkse inloopochtend zat de wachtruimte van 8.00 tot en met 13.00 uur vol met mensen allerlei pluimage, van jong tot oud. De gespreksonderwerpen varieerden van problemen met instanties, schulden, mishandelingen, echtscheidingen, eenzaamheid, rouwverwerking tot verslavingen en ga zo maar door. Razend interessant, maar een dikke huid moest je wel hebben.
Veel medewerkers heb ik daar helaas zien sneuvelen. Dagelijks hoorde ik: 'je bent een racist', 'u discrimineert', 'u snapt mij niet want u hebt zelf geen kinderen', 'uw soort veracht ik!' Niet prima, maar ik snapte waar het vandaan kwam. Armoede, uitzichtloosheid, machteloosheid: het doet rare dingen met mensen.
Maandelijks was er weer een incident dat besproken moest worden en bij iedere nieuwe teamleider volgde er weer een nieuwe ronde aan agressieregulatietrainingen. Gelukkig is dit binnen het onderwijs veel minder aan de orde.
Bij studenten die uiteraard ook deze gevoelens kunnen ervaren verwacht je dit toch minder. En het is: vind ik lastiger mee om te gaan. Wellicht wordt je huid gewoon dunner als je het minder meemaakt.
Desalniettemin dank voor de student die me weer met beide benen op de grond heeft gezet. Ik heb het gesprek geëvalueerd met mijn collega, het thuisfront en mezelf. Dergelijke kritiek noopt tot een constante kritische houding ten opzichte van het eigen handelen. Het houdt de decaan scherp. ||| Pieter Ruijssenaars