Al sinds het instellen van de numerus fixus in de jaren zestig van de vorige eeuw is er gedonder met de selectie van studenten. Loting is een vreemde manier om studenten te selecteren, zelfs wanneer diegenen met hoge cijfers voorrang krijgen. Zoals al vaak is aangetoond is selecteren op andere facetten echter nog minder zaligmakend.
Eerlijkheid
Loting biedt de schijnzekerheid van het lot, de gedachte dat een ieder daardoor eerlijk behandeld wordt. Deze opvatting van eerlijkheid staat echter onder druk in het hoger onderwijs. Selectie aan de poort is geen taboe meer, net zo min als het verhogen van het collegegeld voor bepaalde studies of het wegsturen van tweedejaars studenten omdat zij niet al hun studiepunten hebben behaald.
De oude definitie van eerlijkheid wordt vervangen door een combinatie van motivatie en (in mindere mate) in het verleden behaalde resultaten. Daarmee zou volgens Bussemaker iedere student op de juiste plek kunnen komen. Het is een nogal naïeve gedachte dat een studiekeuzegesprek daarvoor zal zorgen. Twee uurtjes praten met een student zegt minder dan een cijferlijst van het vwo waar resultaten van zes jaar werk op staan. Werkhouding, inzet en doorzettingsvermogen zijn schier onmogelijk te testen in een kort gesprek of met een toets. Dat die gesprekjes kort zijn, is een zekerheid wanneer honderden, zo niet duizenden, scholieren een afspraak zullen moeten maken.
Geen voorspellende waarde
Daar komt nog bij dat nooit is aangetoond dat intelligentie- of persoonlijkheidstests voorspellende waarde hebben wat betreft het studiesucces van studenten. Daar wees ook de
Onderwijsraad dit voorjaar fijntjes op. Laatbloeiers zouden zomaar het slachtoffer kunnen worden van dergelijke toetsen, terwijl zij wellicht beter presteren in hun latere studiecarrière.
Ten slotte wordt ook de logistiek een enorme uitdaging. Universiteiten en hogescholen krijgen massa’s studenten op zich af die voor half januari een motivatiebrief moeten sturen. Voor 1 mei moet er – zonder eindexamencijfers – een definitieve selectie worden gemaakt, aangezien studenten zich dan nog kunnen aanmelden voor een andere studie die niet selecteert. Dat betekent dat universiteiten in drie maanden duizend of meer studenten moeten spreken en selecteren; een hels karwei.
Het moge duidelijk zijn: loting is verre van perfect en op het eerste zicht is een inhoudelijke toelatingseis beter. Desondanks is er tot op heden nog geen verband aangetoond tussen persoonlijkheidstests, studiekeuzechecks en intakegesprekken enerzijds en studiesucces anderzijds. De vraag is dan ook of minister Bussemaker met het badwater niet het kind – een zo eerlijk mogelijke toelating – weggooit.