Op mijn zeventiende trok ik de wijde wereld in om een jaar als exchange student te gaan wonen in Austin, Texas. Er was geloof ik geen groter contrast denkbaar tussen mijn veilige leventje van mijn familie en vrienden dan de cowboys die daar rondliepen. Prachtig vond ik het. Als buitenstaander voelde ik me toch zeer welkom. Op de immense campus hoorde iedereen erbij. Bijna iedereen deed wel iets in competitieverband voor de school: debat, muziek, sport, schrijfclubjes. Hierdoor ontstond een groot gevoel van saamhorigheid en was het er prettig toeven. Voor ik het wist stond ik langs de zijlijn van een basketbalwedstrijd te roepen: ‘Go Dwags, let’s kick some ass.’
In vergelijking met de studenten die ik tegenwoordig dagelijks spreek, ging ik heel vroeg naar het buitenland. De meeste studenten wonen nog thuis en weten net zo min als ik destijds wat ik moest verwachten van het leven en het onderwijs in het bijzonder. Het komt zelden voor dat een student informeert naar een jaar naar het buitenland. Als dit gebeurt, veer ik een beetje op. Wat een moed om er een jaar tussenuit te willen en te ontdekken wat er gebeurt in de wereld om ons heen.
Niks zo leerzaam als geschiedenis, verhoudingen, armoede, conflicten, eenzaamheid en verwondering te kunnen zien door middel van reizen. Zoiets waardevols is in geen enkel boek te lezen.
Ook ik heb super veel geleerd van mijn reis naar de Verenigde Staten. Het deed me beseffen dat er zo veel meer was dan mijn leventje van toen en was het een stap op weg naar volwassenheid. Het gevoel van eenzaamheid bijvoorbeeld toen ik alleen oud en nieuw vierde. De echte angst die ik ervoer door verkeerd te lopen, in de ‘spelonken’ van Austin terecht te komen en niet zeker te weten er levend uit te komen. Het overkwam me en het voelde als een grote winst.
Wat mij betreft kunnen studenten niet vaak genoeg gestimuleerd worden op wat voor een manier dan ook kennis te maken met de verschillende invloeden om ons heen. Eropuit! ||| Pieter Ruijssenaars