Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
‘Doet dat pijn?’, vraagt mijn oppaskindje. Ze duwt haar vinger in mijn pleister. ‘Nee, dat valt best mee.’ Vroeger, toen deed het wel pijn. Godsgruwelijk veel. De eerste keer moest mijn broek omlaag, dat was voor de Filippijnen. ‘Nu even een grote meid zijn.’ Ik wilde niet groot zijn, ik was klein. Hoe dan ook: ze spoten DTP in mijn blote kinderbillen. Difterie, Tetanus, Polio. Ziektes voor volwassenen, niet voor meisjes van vier. Elke keer wanneer ik plaatsneem op een dergelijk bed komt deze herinnering naar boven. Zo ook afgelopen week tijdens een doktersbezoek.

De wachtkamer van de studentenarts is groot genoeg voor circa dertig man, toch blokkeren tig overige patiënten de hal en het trappetje. Ze bladeren zuchtend in boek, krant of Folia en schrikken op wanneer hun naam eindelijk wordt omgeroepen. ‘Cas Grupstra, kamer zes, één trap omhoog.’ De meesten komen voor een simpel griepje, hoest- en snuifgeluiden stijgen op van bijna elke stoel, anderen hebben meer opmerkelijke klachten. Zo komen er geregeld patiënten met eigenaardige voorwerpen in neus of oor. Echt, dat komt voor.

Knikkers, stompjes potlood en stukken gum, had hij uit verschillende holtes gehaald, vertelde huisarts Franz lang geleden. Ik was bang voor Franz. Dat is simpel te verklaren. Franz vond het opmerkelijk dat ik nog niet ongesteld was op mijn twaalfde. Hij lispelde iets in trant van ‘remarquabel’ en legde hierbij zijn hoofd op zijn schouder. Ik dacht: er is iets mis met mij. Het enige wat je grillige puberbrein überhaupt denkt naast al dan niet populair zijn in de klas.

Enfin, behalve het halen van vreemde voorwerpen uit verschillende lichaamsdelen, spuiten ze er regelmatig middeltjes in. Het Tropenuurtje dient voor vaccinaties naar warm en ver. Erg handig, want de enige andere optie is de GGD, wat gelijk staat aan jankende kleuters en sussende ouders.

Ze is nieuw. Het meisje. Alle vorige keren was het een vriendelijk moedertype uit omgeving De Watergraafsmeer. Misschien prikt ze nu ergens anders. Jammer, want ze deed het goed. Het nieuwe meisje is ook goed, maar ontiegelijk traag. Na anderhalf uur met drie wachtenden voor mij, zwaait de deur open. ‘Dus je gaat naar Thailand en Cambodja?’ Ik knik. Zij knikt. We knikken. ‘Dan heb ik eerst wat informatie voor je.’ Ze pakt een folder. Rabies, beter bekend als hondsdolheid. ‘Dit krijg je door de beet van een hond, kat of aap.’ Dan is er gele koorts. ‘Ook heel gevaarlijk.’ Typhus, Hepatitis A + B, TBC en Dengue wil ik liever ook niet krijgen, en malariatabletten raadt ze zeker aan te slikken.

Eindelijk is het tijd voor mijn inentingen, er overheen komt een saaie pleister. Meisjes van vier kregen als beloning een plaktatoeage van een bij. Iets dat ik tot op de dag van vandaag puur sadistisch vind.