In de hausse aan canons die de afgelopen jaren zijn verschenen is er nu ook de canon van het onderwijs
. In
Canon van het Onderwijs. De Nederlandse onderwijsgeschiedenis in dertig vensters wordt een beeldend overzicht geschetst van de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs.
De onderwijscanon is samengesteld door een commissie onder leiding van scheidend VSNU-voorzitter en oud-collegevoorzitter van UvA en HvA, Sijbolt Noorda. De canon is gemaakt ter gelegenheid van het afscheid vorig jaar januari van Fons van Wieringen als voorzitter van de Onderwijsraad. De raad verzocht Noorda om de geschiedenis van het onderwijs samen te vatten in een aantal markante ‘vensters’, zoals dat eerder ook gebeurde met andere canons. In de commissie zat naast Noorda ook emeritus-hoogleraar Nederlandse geschiedenis Piet de Rooy.
Het is een canon geworden die zich vooral richt op het lager/basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Het hoger onderwijs c.q. onderzoek komt in beperkte mate aan de orde. Vreemd is dat niet, want er bestaan al twee canons van de wetenschap: de bèta- en de gammacanon, die verbeelden wat iedereen zou moeten weten over de exacte respectievelijk de maatschappijwetenschappen.
In de onderwijscanon staan dan ook termen als ‘De Mammoetwet’, ‘Afke’s Tiental’, ‘De Onderwijswethouder’, ‘De Cito-toets’, ‘Het Puberbrein’, De Moedermavo’ en ‘Volgens Bartjens: 1+1=2’. Wel heeft de humanist Desiderius Erasmus een eigen venster, evenals de eerste Nederlandse universiteiten, die gezamenlijk worden gepresenteerd onder het venster ‘De vijf academies’. Onder de vensters worden ‘deelvensters’ gepresenteerd met meer gedetailleerde informatie.
‘Het is goed om kennis te nemen van de geschiedenis van het Nederlandse onderwijs en van de traditie waarin wij staan,’ zegt Geert ten Dam, de huidige voorzitter van de Onderwijsraad en hoogleraar onderwijskunde aan de UvA in een reactie. ‘Wij zijn geworden wie wij zijn dankzij mensen als Theo Thijssen, Jan Ligthart en anderen. De canon is een inspiratiebron voor iedereen die hart heeft voor het onderwijs, niet in de laatste plaats voor hedendaagse collega’s van Thijssen en Ligthart.’
Zie
hier voor meer informatie.